vrijdag 8 november 2013

Oversteek naar de Kaap Verden

Wij vinden reizen per boot de ideale manier van vakantie houden. Je hebt altijd je eigen huisje bij je (wat soms wel wat oncomfortabel beweegt, dat dan weer wel) en ze brengt je op de mooiste plekjes. En als je na een paar dagen vindt dat de boot te veel op een echt huisje gaat lijken, je de omgeving kunt uittekenen, of de nachtelijke discodreunen vanaf het strand zat bent, dan ga je gewoon weer verder. OK, met een camper of caravan kan dat ook, maar met een boot is het reizen zelf (meestal) veel leuker. In ieder geval veel enerverender en afwisselender. Je bent bezig met de elementen, met zee en wind; deze zijn tijdens de oversteken bepalend voor het verloop van de dag. Lekker windje uit de goede hoek met niet meer dan normale zeegang en onze dag is top! Weinig wind en veel golven waardoor de boot alle kanten op gesmeten wordt en we vragen ons af waarom we dit soort martelgangen eigenlijk vrijwillig ondergaan.  Gelukkig is altijd alles eindig en veranderd de wereld om ons heen continu, dus ook simpele dingen als akelige wind en zee combinaties.
Door de hoge Canarische eilanden wordt de wind tussen de eilanden flink gestuwd en neemt aanzienlijk in kracht toe (de zgn acceleratiezones). Zo ook langs de ZO kust van Tenerife; de 20 knopen wind trekt daar aan tot meer dan 30. Dit levert voor de wind varend enerverend zeilen op!


Na Tenerife volgt de oversteek naar de Kaap Verden. Benedenwinds van het eiland is er nauwelijks wind (terwijl het ‘buiten’ 20 kn waait), maar de golven uit de acceleratiezones denderen gewoon door. Uiteindelijk komen we in de acceleratiezone terecht en maken we weer wat voortgang. Ondanks dat we ZZW koersen komen we toch nog in de windluwte van La Gomera terecht. En dat op meer dan 10 km van zijn kust! Geen wind gecombineerd met golven die uit 2 acceleratiezones komen en dus onder 2 verschillende hoeken ons bootje teisteren, maakt dat we graag zo snel mogelijk hier weg willen en dus ons motortje bij willen zetten. Helaas gaat dat niet, omdat de golven zo steil en hoog zijn dat we het risico te groot vinden dat ie kopje onder zal gaan. We willen eigenlijk ook onze zeilen de enorme klappen besparen die ontstaan doordat ons bootje alle kanten op gesmeten wordt. Maar ja, we willen wel weg hier. Daarom moet een oude genua er maar aan geloven. Die weet ons, ondanks het feit dat de wind overal en nergens vandaan komt en zeker niet meer is dan 3 kn, toch nog met 1 tot 1,5 knoop de goede kant op te sjorren. Waarschijnlijk omdat door de heftige bewegingen van de boot, het zeil dan weer aan de ene kant en dan weer de andere kant wat druk weet te ontwikkelen. Maar aan alles komt een eind en uiteindelijk komt er weer wat wind. Dit tafereel herhaalt zich nog een keer, gelukkig in afgezwakte vorm, onder de kust van El Hierro. Nou ja, ‘onder’, wel op een afstand van 25 mijl.  Ongelofelijk hoe ver de  invloed van de eilanden zich uitstrekt!
De rest van de oversteek gaat volgens het boekje: wind uit NO richting (mee dus), soms meer, soms minder. Zeegang die soms vervelend is en soms rustig. Af en toe worden we tijdens de nachtwachten opgeschrikt door vliegende vissen in de kuip. De stank en de schubben die deze beesten verspreiden is zodanig dat we subiet het vissen maar laten voor wat het is en voor onze eiwitten graag onze toevlucht nemen tot ingeblikt vlees of sojabrokken.

op dek gespoeld inktvisje
 

Dagenlang trekken afwisselend de asymetrische spinaker en de reacher ons voort.

reacher
En soms begeleiden dolfijnen ons.


Overdag wordt het steeds wat warmer en proberen we beschutting tegen de felle zon te zoeken onder de giek of achter de voorzeilen. ’s Nachts wordt het ook steeds minder koel, is het vaak klammig warm en worden we steeds weer verwelkomd door de ons zo vertrouwde sterrenbeelden, een enkele keer aan het zicht onttrokken door bewolking. Venus zien we altijd als eerste, een helder geleidelicht in het ZW. En langzaam maar zeker komt de maan er weer een beetje bij, waardoor de nachten weer wat minder donker worden. ’s Morgens kijken we uit naar de eerste tekenen van de nieuwe dag. Want, eerlijk is eerlijk, de nachten duren ons wel lang genoeg hier. En als het dan langzaamaan licht wordt, worden we soms onaangenaam verrast door de hoge golven. ’s Nachts zie je die niet en reageer je alleen op de bewegingen van de boot en zorg je dat de stuurautomaat de juiste windhoek aanhoudt. Maar sommige ochtenden zie je als het licht wordt waarom die stuurautomaat zo hard aan het werk is: steile, hoge golven en vaak uit meerdere richtingen. Dit geeft soms enorme golfpieken. Als we ’s ochtends weer eens zo’n enorme waterberg op ons af zien komen, dan vragen we ons telkens weer af of dit goed gaat. En telkens weer verbazen we ons erover hoe rustig de boot hierop reageert en die berg eenvoudig onder haar door laat glijden. Wel vaak vergezeld van een enorme surf, dat dan weer wel.
Na 5 dagen bereiken we zo de Kaap Verden, Mindelo.


De tijd heeft hier niet stilgestaan. 7 jaar geleden waren we hier ook: inmiddels is er een heuse marina gekomen, is er nieuwbouw verrezen, liggen er minder roestbakken op de ankerplek, zijn een aantal wrakken opgeruimd en zijn er aanzienlijk meer supermarktjes bij gekomen. Eigenlijk kun je hier inmiddels alle levensmiddelen kopen die je nodig hebt.




opvallend veel Nederlandse producten in de winkels
En dat is maar goed ook, want we zijn op de Canarische eilanden weer eens niet serieus genoeg bezig geweest met de bevoorrading. Er zijn gelukkig ook dingen hetzelfde gebleven. Zoals de aardige mensen en de super relaxte sfeer. Het blijft een arm land en er is veel armoede.



een groter contrast is haast niet denkbaar
Maar deze armoede gaat niet met opdringerige taferelen gepaard die je in zo veel andere arme landen ziet waar je je als blanke toerist waagt. Eigenlijk laten ze je zelfs volledig links liggen. Heerlijk! We worden niet aangeklampt door mensen die wat proberen te verkopen en er wordt niet méér bij ons gebedeld dan bij de lokale bevolking.  Agressie op straat zijn we, tot nu toe, ook nog niet tegengekomen (en dat is in de Carieb op de arme eilanden wel anders). Op straat werden we zelfs herkend door onze boatboys van 7 jaar geleden (jongens die als we op de wal waren op onze bijboot pasten). Helaas zijn zij nu werkloos omdat de marina er gekomen is en iedereen zijn bijbootje daar neerlegt. Maar ook door hen wordt bij ons niet gebedeld.

We zijn van plan komend weekend weer te vertrekken. Naar Frans Guyana. Een lange oversteek van zo’n 1800 mijl, waar we, afhankelijk van de hoeveelheid wind, ergens tussen de 9 en 14 dagen over hopen te gaan doen.